ONS EIGEN OPVOEDINGSPROJECT (EOP)

Inleiding

Onze school is een katholieke basisschool met twee vestigingsplaatsen:

Vestiging 1:      Grote-Brogel

Vestiging 2:     Erpekom

 

De vestiging in Grote-Brogel is ontstaan uit de fusie van de jongensschool en de meisjesschool. Ze is gelegen in het centrum van de dorpskern. De meeste leerlingen en leerkrachten wonen in de onmiddellijke omgeving van de school. De leerlingen worden (meestal) ingedeeld in leergroepen volgens het jaarklassensysteem. Dit wil zeggen dat de leerlingen van dezelfde leeftijd bij elkaar in de klas zitten. Kleuters met 2 leeftijden zitten samen in combinatieklassen. Naargelang het aantal leerlingen worden sommige klassen ontdubbeld.

De vestiging in Erpekom ligt op vijf kilometer afstand van de vestiging in Grote-Brogel.  De leerlingen zijn in de namiddag opgesplitst in onderbouw en bovenbouw. De kleuterschool is er éénklassig (alle 2.5 t.e.m. 5-jarigen samen). De lagere school is samengesteld uit drie graadklassen in de voormiddag. De leerlingen zijn in de namiddag opgesplitst in onderbouw en bovenbouw. Deze indeling is noodzakelijk omwille van het kleinere aantal leerlingen. Deze ‘familieschool’ biedt echter ook extra kansen voor kinderen want meer en meer wordt deze vestigingsplaats bevolkt door kinderen buiten Erpekom, vaak met specifieke noden.

Beide scholen zijn gelegen in een landelijke omgeving met veel open ruimte. De scholen zijn sterk geïntegreerd in en verbonden met het sociale, culturele en religieuze leven van de plaatselijke gemeenschap. De school werkt samen met de parochie, ze kan gebruik maken van de lokalen van het Brueghelheem en het Erperheem. De school werkt ook tweejaarlijks een musical uit die in de gemeenschap op veel bijval mag rekenen.

Beide vestigingsplaatsen bieden kinderen een optimale leeromgeving om in een vertrouwd kader (de school uit de buurt) en in relatie met bekenden (de kinderen uit de buurt) te kunnen samenleven en samen te leren.

In wat volgt, beschrijven we ons schooleigen christelijk opvoedingsproject. Dit zijn de wortels van waaruit, en het doel waartoe we kinderen willen opvoeden.

Het is met andere woorden een neerslag van onze visie op opvoeding en onderwijs. Deze visie is gegroeid uit jaren praktijk en tot stand gekomen na langdurig overleg binnen het team en met het schoolbestuur, ouders en begeleiders. Omdat het door velen gedragen wordt, biedt het onze school een uitstekend uitgangspunt bij de uitbouw van een schoolwerkplan en voor allerlei beslissingen die moeten genomen worden in de dagelijkse schoolwerking.

 

Ons opvoedingsproject is opgebouwd rond vijf opdrachten die we ons tot doel stellen

  • DE SCHOOLEIGEN CHRISTELIJKE IDENTITEIT vormt als het ware het fundament van onze school.  Opvoeding en onderwijs is per definitie levensbeschouwelijk gekleurd. Kinderen begeleiden in hun groei naar menswording veronderstelt immers een bepaalde kijk op het mens-zijn en op het werken aan een betere wereld. Die kijk hebben de leerkrachten voor ogen wanneer zij kinderen een perspectief op het leven willen aanreiken. Onze school wil dit perspectief aanreiken vanuit de opvatting die Jezus had over het leven: dat is ons christelijk geloof. Dit geloof doordringt het hele schoolleven.

 

  • HET INHOUDELIJK AANBOD is afgestemd op de totale ontplooiing van kinderen. Onze school wil kinderen aanspreken in hoofd, hart en handen.

 

  • De school wil werk maken van EEN DOELTREFFENDE DIDACTISCHE AANPAK EN EEN STIMULEREND OPVOEDINGSKLIMAAT. In een pedagogisch klimaat van openheid, optimisme en geduld willen we een optimale leeromgeving creëren en onderwijs geven met een kindgerichte aanpak.

 

  • We willen kinderen benaderen MET EEN BREDE ZORG door het onderwijs zoveel mogelijk af te stemmen op de zorgvragen (de noden en behoeften) van kinderen. De school geeft bovendien bijzondere aandacht voor kinderen die op een of ander wijze kansen dreigen te missen in het leven.

 

  • De school wil voor ieder die er leeft en werkt EEN FIJNE GEMEENSCHAP EN ORGANISATIE zijn waar ieder zich thuis voelt en waarvan ieder zegt: dit is ‘onze’ Pieter Brueghelschool.

 

  1. De christelijke identiteit, eigen aan de school

 

EEN BREDE IDENTITEIT

–          Onze school beoogt opvoeding en onderwijs, geïnspireerd door het evangelie en de katholieke traditie. Vanuit deze beide wortels stellen we ons tot doel pedagogisch verantwoord en kwaliteitsvol onderwijs en opvoeding te bieden.

–          Kinderen zijn tekenen van God. We stellen hen centraal: als waardig, uniek en vrij.

–          Een belangrijke pijler waarop ons onderwijs gebaseerd wordt, is dat iemand slechts mens kan worden als hij verbonden is met zijn omgeving: verbondenheid met anderen en de wereld waarin wij leven.

–          In die verbondenheid met anderen en met de wereld, kunnen kinderen zichzelf worden of tot verbondenheid met zichzelf komen. Voor gelovige mensen heeft God een heel bijzondere plaats: Zijn aanwezigheid op elk moment is als een dragende grond in hun leven.

–          Deze verbondenheid met anderen, met de wereld en die christelijk geïnspireerd is, wordt gedragen door het team samen met het schoolbestuur en de ouders. Concreet betekent dit:

o    Ieder mens is uniek. Deze slogan werd in de hal ingemetseld in de muur.

o    Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn handelen.

o    We voelen ons verbonden en solidair met anderen.

o    Het doel van ons leven is gelukkig te worden (hoop).

o    We genieten van en zijn dankbaar voor mens en natuur.

o    We hebben aandacht, respect en zorg voor mens en natuur.

o    We bewonderen, door het gewone als ongewoon te ervaren.

o    We geven en ontvangen vergeving.

o    We zijn zorgzaam nabij en troosten mensen in moeilijke situaties.

 

EEN SPECIFIEKE IDENTITEIT

–          Onze school wil kinderen groeikansen bieden om alles wat in hen leeft tot bloei te helpen komen. Godsdienstige activiteiten (KO) en godsdienstlessen (LO) willen daarom kinderen oriënteren in hun persoonlijke levensbeschouwelijke en godsdienstige ontwikkeling.

–          We voorzien in een gevarieerd aanbod van pastorale activiteiten.

Gemeenschap: Het hele schoolklimaat is gericht op ontmoeting met elkaar (in de hal, kerk, …)

Verkondigen: In godsdienstlessen, maar ook in andere activiteiten en lessen sparen leerkrachten geen moeite, zodat de kinderen in het dagelijks leven leren verwonderd zijn en bewonderen.

Dienstbaarheid: We willen kinderen gevoelig maken opdat ze solidair zijn met en ten dienste staan van anderen in de kleine wereld van de school en in de grote wereld dichtbij en veraf.

Vieren: Op school willen we geregeld momenten inlassen waarop we kinderen en personeel uitnodigen om even stil te staan bij het leven.

–          Onze school zit verankerd in de plaatselijke geloofsgemeenschap. De parochie is de inrichter van de school. Tussen school en parochie zijn er nauwe contacten en samenwerking. De school ondersteunt de parochie voor de uitwerking van kindvriendelijke vieringen.

 

  1. Het inhoudelijk aanbod van het onderwijs

 

–          Het bijbels geloof dat God zich openbaart in ieder mens, dwingt ons tot een diep respect voor de mens in ieder kind. Het is een fundamenteel respect voor de ganse persoon in heel zijn wezen: hoofd, hart en handen. Daarom opteert onze school voor een pedagogiek van het zijn d.w.z. dat we aan het leren een diepgang willen geven, daarom zullen we alle dimensies van het bestaan evenwichtig en geïntegreerd in het onderwijs– en opvoedingsproces ter sprake brengen:

 

o    de dimensie van ons gevoel

o    de dimensie van wat goed en slecht is

o    de dimensie van het verstand

o    de lichamelijke dimensie

o    de dimensie van het kunstzinnige

o    de dimensie van het bovennatuurlijke

o    de sociale en relationele dimensie

o    …

 

Onze school heeft met andere woorden aandacht voor een eenheid van kennis, vaardigheden en attitudes voor hoofd, hart en handen.

We verwijzen in dit verband ook naar de 9 dimensies van het leerplan wereldoriëntatie.

–          Onze school kiest voor een degelijk aanbod. We stemmen daarvoor ons onderwijs af op de leerplannen en het ontwikkelingsplan voor het katholiek basisonderwijs (VVKBaO). Dankzij de concordantielijsten bij de verschillende leerplannen kunnen we ons erop vertrouwen dat we zo de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, die ons door de overheid worden opgelegd, kunnen bereiken. Anderzijds bieden de leerplannen ook een garantie dat het aanbod aansluit bij de christelijke identiteit van onze school. De taal– , wiskunde- en W.O.-methodes worden zodanig gekozen dat zij ook afgestemd zijn op de leerplannen, de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen.

–          Het team probeert werk te maken van een samenhangend aanbod. Kinderen ervaren de verschillende componenten van de werkelijkheid als een totaliteit. We zijn ervan overtuigd dat zo de nieuwe kennis, vaardigheden, attitudes en inzichten een betere betekenis krijgen in het leven van kinderen. Om dit te bereiken moeten we vakoverschrijdend werken, werkelijkheidgericht, moeten we onderwijs geven dat aansluit bij de ontwikkeling van de kinderen.

–          We investeren veel aandacht aan een ‘gezonde’ school met een gezond milieu in het  bijzonder. We willen een groene school zijn, een MOS-school. Zorg en respect voor de natuur is van levensbelang en een grote uitdaging voor de toekomst. We willen hierbij ook ouders betrekken en samenwerken met externe partners om de zorg voor het milieu te verbeteren.

 

–          Door regelmatig overleg tussen collega’s worden continuïteit en gradatie van leerinhouden en werkvormen gegarandeerd.

 

  1. Het opvoedingsklimaat en de didactische aanpak

 

–          Op school geloven wij dat God een veilig gevoel, geluk en toekomst biedt aan ieder kind. Deze overtuiging plaatst ons voor de uitdaging om werk te maken van de pedagogisch klimaat dat een geest van openheid, optimisme en geduld uitademt. Het team moet er dus voor zorgen dat het zich sterk betrokken voelt met alle kinderen, zo kunnen ze in een sfeer van welbevinden uitgroeien tot volwaardige mensen.

–          Ons geloof dat menswording maar gestalte krijgt in verbondenheid daagt ons uit om werk te maken van de pedagogische relatie. We streven naar een persoonlijke relatie tussen leerkrachten en leerlingen. Deze relatie is gekenmerkt door onbaatzuchtigheid en wederzijdse erkenning.

–          In dit klimaat kiest onze school voor een kindgerichte aanpak. Leren vatten we dus op als:

o    een actief proces waarin kinderen zelf kennis, vaardigheden en attitudes opbouwen,

o    een communicatief of interactief gebeuren waarbij kinderen leren van, met en voor elkaar,

o    een proces waarbij nieuwe ervaringen en kennis ingepast worden en dat voortbouwt op wat kinderen vooraf reeds weten en (aan)kunnen,

o    een zinvol proces dat zoveel mogelijk aansluit bij ervaringen van kinderen en uitgaat van reële situaties,

o    een affectief geladen proces waarbij ruimte gemaakt wordt om de gevoelswereld ter sprake te brengen.

Op deze wijze hopen we dat kinderen gaandeweg hun leerproces meer zelf in handen kunnen nemen (leren leren).

–          De leerkrachten ondersteunen het leerproces van de kinderen en creëren daartoe een optimale leeromgeving:

o    De leerkracht begeleidt het leerproces van de leerlingen.

o    Hij/zij schept een stimulerend klimaat waar kinderen zoveel mogelijk worden geprikkeld en uitgedaagd om te groeien in hun kennen, kunnen en zijn.

o    Hij/zij ontwikkelt leeractiviteiten die aansluiten bij de mogelijkheden van de leerlingen.

o    Hij/zij is attent voor de zorgvragen van de leerlingen en geeft feedback aan de leerlingen als dat nodig is.

o    Hij/zij bevordert de zelfsturing bij de leerlingen (leren leren).

 

 

  1. De ontplooiing van elk kind, met een brede zorg

 

–          Vanuit ons geloof zijn we ervan overtuigd dat God zorgt voor al zijn kinderen. Dit is onze inspiratiebron voor de wijze waarop wij op onze school aan de  zorg voor de kinderen gestalte willen geven. Wij willen bijdragen tot een gelukkig leven voor alle kinderen. We willen alle kinderen optillen tot een hoger niveau en hen vaardig maken voor een betere toekomst. We werken m.a.w. vanuit de pedagogie van de hoop.

–          Daarom kiest de school voor een brede benadering van zorg voor kinderen. Zorgbreedte betekent dan dat we de verschillen tussen kinderen als uitgangspunt nemen voor onderwijs en opvoeding. We gaan zoveel mogelijk in op de zorgvragen van ieder kind. De leerkracht als spilfiguur houdt rekening met sociale en levensbeschouwelijke achtergronden. Hij/zij heeft ook aandacht voor welbevinden, betrokkenheid en competentie.

–          Hoe realiseren we dat?

o    Als team hebben we een hart voor kinderen. We doen moeite om hun ontwikkelingspositie op te sporen via observaties en diagnoses (vb. het kindvolgsysteem).

o    Via een gedifferentieerde aanpak en een specifieke benadering laten we kinderen zichzelf zijn en proberen we hen toch op te tillen tot een hoger niveau van verstandelijk, dynamisch gevoelig en motorisch functioneren. Door flexibele werkvormen te gebruiken, willen we hun betrokkenheid verhogen.

o    Onze school kiest ervoor om uit het lestijdenpakket heel wat uren in zorg te investeren.

–          De school voelt zich geroepen tot een bijzondere aandacht voor kinderen die om welke reden dan ook minder kansen hebben. Vanuit onze Zorg- en Gelijke kansenbeleid besteden we extra lestijden in verschillende acties, afgestemd op de noden van GOK-kinderen maar ook van alle kinderen (zie ook jaaractieplannen).

–          Om die brede zorg te realiseren, streven we naar een vlotte samenwerking. Ouders zijn hierbij een voorname partner. Binnen het team zijn er momenten gepland voor overleg m.b.t. de begeleiding van leerlingen. Er is overleg bij de overgang van kleuter naar lager onderwijs, bij de overgang naar een volgend leerjaar en bij de overgang van het lager naar het secundair onderwijs. Regelmatig overlegt het zorgteam in een werkgroep en met klastitularissen. Ook de samenwerking met CLB, buitengewoon onderwijs en andere hulpverleners is voor onze school onmisbaar opdat kinderen optimaal en met de beste zorgen zouden kunnen groeien.

 

  1. De school als gemeenschap en organisatie

 

–          Op school willen we samenwerken om kinderen te begeleiden in hun groeien. We nemen het voor elkaar op zodat we sterker worden. We kiezen voor opvoeden door aandacht.

–          In de relatie tussen de leerlingen onderling willen we kinderen leren elkaar te respecteren. We willen oog hebben voor wat anderen beleven en hen hierin eerbiedigen.

–          De pedagogische relatie tussen leerkrachten en kinderen wordt opgevat als een persoonlijke relatie.

–          In een open, communicatief en positief klimaat maakt het team werk van de realisatie van haar christelijk opvoedingsproject. Met haar eigen project als criterium ontwikkelt het team een planning (schoolwerkplan, nascholingsplan, onderwijspakket, …) om kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.

–          De directie, bijgestaan door een kernteam en door werkgroepen, is de motivator van het team. Ze maakt communicatie en openheid mogelijk en ontwikkelt in overleg initiatieven tot professionalisering. Ze waakt vanuit het eigen opvoedingsproject over de kwaliteit van het onderwijs en de opvoeding. Ze is verantwoordelijk voor een goede administratie en staat in voor een vlotte communicatie met alle betrokken instanties. In het dagelijks leiding geven aan de school voelt de directie zich gedragen door het schoolbestuur.

–          De zorg voor kwaliteitsvol onderwijs met een degelijke opvoeding vanuit een christelijk perspectief, deelt de school ook met anderen:

o    met de ouders als voorname partners van de school

o    met het schoolbestuur dat als eindverantwoordelijke optimaal betrokken is bij het beleid van de school

o    met collega’s scholengemeenschap

o    met de begeleiders en met nascholers

o    met CLB, met scholen voor buitengewoon onderwijs en buitenschoolse centra

o    met milieucentra

o    met de lokale geloofsgemeenschap

o    met de plaatselijke gemeenschap

–          Om garant te staan voor kwaliteit is het team bereid om blijvend te werken aan de eigen professionaliteit. In de school is er ruimte om voortdurend te herbronnen. Het team is verantwoordelijk voor haar eigen professionalisering. Leerkrachten leren in de eerste plaats van en aan elkaar, in overleg met elkaar en door observaties bij elkaar. Er is reflectie op het eigen functioneren. Sporen worden uitgezet om nieuwe wegen te bewandelen. De school kan ook een beroep doen op de deskundigheid van buitenstaanders. Maar iedere nascholing is steeds het antwoord op een vraag die leeft in de school. Het is immers vanuit de prioriteiten die we stellen vanuit ons eigen opvoedingsproject, dat een vraag naar nascholing oplicht.

 

De school wil voor ieder die er leeft een fijne gemeenschap en organisatie zijn waar ieder zich goed voelt, zich thuis voelt en waarvan ieder zegt : “Dit is onze Pieter Brueghel school”.